Je hebt een idee voor een app. Of je wilt een intern proces digitaliseren. Of je klant-portaal moet eindelijk eens worden gemoderniseerd. Maar een ontwikkelaar inhuren kost al snel tienduizenden euro’s. En je hebt het gisteren nodig, niet over zes maanden. Wat is low code precies, en wat kun je ermee?
Dat is precies het probleem waar low-code platforms op inspelen. Ze beloven dat je software kunt bouwen zonder (of met weinig) programmeerkennis, in een fractie van de tijd en tegen een fractie van de kosten. En eerlijk gezegd: voor veel toepassingen maken ze die belofte waar. Maar niet voor alles.
In dit artikel leg ik uit wat low-code precies is, wanneer het een slimme keuze is en wanneer je er beter aan doet om toch maatwerk te laten bouwen. Want die nuance ontbreekt in de meeste low-code verkooppraatjes.
Wat is low code precies?
Low-code is een ontwikkelmethode waarbij je software bouwt via visuele interfaces in plaats van door regels code te typen. Je sleept componenten naar een canvas, verbindt ze met elkaar, configureert instellingen en je hebt een werkende applicatie. Denk aan het bouwen met LEGO-blokken in plaats van met losse stenen en cement.
De term “low-code” betekent letterlijk: weinig code. Het is geen zero-code of no-code, hoewel die termen vaak door elkaar worden gebruikt. Het verschil zit in de mate van aanpasbaarheid. Bij no-code kun je uitsluitend werken met voorgebouwde componenten. Bij low-code kun je waar nodig ook eigen code toevoegen voor specifieke functionaliteit.
Het concept bestaat al langer dan je denkt. In de jaren negentig had je al visuele ontwikkelomgevingen zoals Visual Basic en Microsoft Access. Maar de huidige generatie low-code platforms is fundamenteel anders: ze draaien in de cloud, zijn ontworpen voor zakelijke gebruikers (niet alleen voor ontwikkelaars) en bieden koppelingen met honderden externe diensten via API’s.
De markt groeit snel. Volgens Gartner wordt 70% van alle nieuwe bedrijfsapplicaties in 2025 gebouwd met low-code of no-code technologie, vergeleken met minder dan 25% in 2020. Dat is geen hype meer, dat is een verschuiving in hoe bedrijven software bouwen.
De belangrijkste platforms op dit moment:
| Platform | Type | Doelgroep | Prijs vanaf |
|---|---|---|---|
| Microsoft Power Apps | Low-code | Bedrijven met Microsoft 365 | 18 euro/gebruiker/mnd |
| Mendix | Low-code | Middelgrote tot grote bedrijven | Gratis (beperkt) |
| OutSystems | Low-code | Enterprise | Op aanvraag |
| Bubble | No-code | Startups en MKB | 29 dollar/mnd |
| Retool | Low-code | Interne tools | 10 dollar/gebruiker/mnd |
| Appsmith | Low-code (open-source) | Ontwikkelteams | Gratis |
Hoe werkt low-code?
Een low-code platform bestaat meestal uit vier lagen. Als je begrijpt hoe die samenwerken, snap je ook wanneer low-code wel en niet geschikt is.

Laag 1: De visuele bouwer. Dit is wat je ziet als je een low-code platform opent. Een canvas waar je schermen ontwerpt door componenten te slepen: formulieren, tabellen, grafieken, knoppen, menu’s. Het lijkt op een website-bouwer als Wix, maar dan voor applicaties. Je ontwerpt hoe de gebruiker de app ervaart.
Laag 2: De logicalaag. Hier definieer je wat er gebeurt als een gebruiker iets doet. Klikt iemand op “Opslaan”? Dan moet het formulier worden gevalideerd, de data worden opgeslagen en een bevestigingsmail worden verstuurd. In traditionele ontwikkeling schrijf je daar code voor. In low-code configureer je dat met flowcharts, if-then regels of visuele workflows. Power Apps noemt dit Power Automate. Mendix noemt het Microflows.
Laag 3: De dataverbinding. Je applicatie moet data opslaan en ophalen. Low-code platforms bieden ingebouwde databases, maar je kunt ook koppelen met externe bronnen: je CRM, je ERP-systeem, je boekhoudsoftware, Google Sheets of een externe API. De meeste platforms hebben kant-en-klare connectoren voor populaire diensten.
Laag 4: Deployment en hosting. Bij traditionele softwareontwikkeling moet je nadenken over servers, hosting, updates en schaalbaarheid. Bij low-code regelt het platform dat voor je. Je publiceert je app met een klik. De meeste platforms zijn SaaS-diensten: je betaalt een maandelijks bedrag en het platform regelt de infrastructuur.
Waar het interessant wordt — en waar veel low-code projecten vastlopen — is op het moment dat je iets wilt bouwen dat net buiten de standaardfunctionaliteit valt. Een complexe berekening, een integratie met een obscuur systeem, een specifiek beveiligingsprotocol. Dan kom je bij het “low” gedeelte van low-code: je moet code schrijven. En daarvoor heb je toch een ontwikkelaar nodig.
Mijn ervaring: voor 80% van de MKB-toepassingen kom je prima uit met de visuele bouwer. Voor de overige 20% heb je iemand nodig die kan programmeren. De vraag is of die 20% voor jou een dealbreaker is of niet.
Waarom is low-code interessant voor bedrijven?
De reden dat low-code zo snel groeit, is simpel: de vraag naar software is groter dan het aanbod van ontwikkelaars. In Nederland staan er structureel meer dan 100.000 IT-vacatures open. Een senior developer kost 80 tot 130 euro per uur. De wachttijd voor een maatwerkproject bij een goed softwarebedrijf is drie tot zes maanden.
Low-code lost dat capaciteitsprobleem deels op.
Snelheid. Een applicatie die in maatwerk 3-6 maanden kost, bouw je in low-code in 2-8 weken. Dat is geen marketingclaim — ik zie het consistent in projecten. De reden: je bouwt niet vanaf nul. Je assembleert bestaande componenten.
Kosten. De licentiekosten van een low-code platform liggen tussen 50 en 500 euro per maand, afhankelijk van het platform en het aantal gebruikers. Een vergelijkbare maatwerk-applicatie kost 10.000 tot 100.000 euro om te bouwen, plus doorlopende onderhoudskosten. Voor veel MKB-toepassingen is het verschil een factor 5 tot 20.
Toegankelijkheid. Een marketingmanager kan met Microsoft Power Apps een leads-tracker bouwen. Een HR-medewerker kan een verlofregistratie-app maken. Een operationsmanager kan een dashbord bouwen dat data uit drie systemen combineert. Zonder te wachten op de IT-afdeling.
Iteratiesnelheid. Aanpassingen zijn snel door te voeren. In maatwerkprojecten betekent een wijziging vaak een change request, een sprint, een test en een release. In low-code verander je het in de visuele bouwer en publiceer je opnieuw. Dat maakt het makkelijker om te experimenteren en bij te sturen.
De keerzijde is er ook.
Vendor lock-in. Je applicatie draait op het platform van de aanbieder. Als Mendix morgen de prijzen verdubbelt of stopt, zit je vast. Je kunt je app niet zomaar verhuizen naar een ander platform. Bij maatwerk ben je eigenaar van de code.
Schaalbaarheidsgrenzen. Low-code platforms werken prima voor tientallen tot honderden gebruikers. Bij duizenden gelijktijdige gebruikers of grote datavolumes loop je tegen limieten aan.
Complexiteitsgrens. Zodra je bedrijfslogica te complex wordt, wordt low-code onhandig. Wat je in code in tien regels oplost, kan in een visuele workflow dertig blokken kosten. Op een gegeven moment is code schrijven sneller en onderhoudbaarder.
Low-code in de praktijk: voorbeelden
Van theorie naar praktijk: de volgende voorbeelden tonen hoe bedrijven low-code inzetten voor concrete verbeteringen.
Voorbeeld 1: Een installatiebedrijf digitaliseert werkorders
Een installatiebedrijf met 25 monteurs gebruikt nog steeds papieren werkbonnen. Monteurs vullen ter plekke een formulier in, leveren dat op kantoor in en een administratief medewerker voert het over in het systeem. Dat kost 15 uur per week en leidt tot fouten en vertragingen.
Met Microsoft Power Apps bouwt de bedrijfsleider (geen programmeur) in drie weken een werkorder-app. Monteurs vullen op hun telefoon het formulier in, maken foto’s van het werk en de app synchroniseert met het boekhoudprogramma. De administratieve handeling verdwijnt.
Kosten: Power Apps-licentie was al inbegrepen in hun Microsoft 365-abonnement. De bedrijfsleider besteedde er 40 uur aan. De besparing: 15 uur per week aan administratie, oftewel 750 uur per jaar. Bij een uurtarief van 30 euro is dat 22.500 euro per jaar.
Voorbeeld 2: Een makelaarskantoor bouwt een klantportaal
Een makelaarskantoor wil een portaal waar kopers de status van hun aankoop kunnen volgen, documenten kunnen uploaden en berichten kunnen sturen. Een maatwerkoplossing werd geoffreerd op 35.000 euro.
Ze kiezen voor Bubble en laten een freelance Bubble-specialist het portaal bouwen voor 6.000 euro. Het kost vier weken. Het portaal koppelt via API’s aan hun CRM-systeem en hun documentbeheersysteem.
Het resultaat: kopers zijn beter geinformeerd, het kantoor ontvangt 60% minder telefoontjes met statusvragen. Het team bespaart gemiddeld 8 uur per week. De maandelijkse kosten van Bubble: 79 dollar.
De beperking: toen ze een complexe hypotheekberekeningsmodule wilden toevoegen, liep het vast. Die module is alsnog door een developer gebouwd in custom code en via een API aan het Bubble-portaal gekoppeld.
Voorbeeld 3: Een groothandel automatiseert offertebeheer
Een groothandel in bouwmaterialen maakt 200 offertes per maand. Elke offerte wordt handmatig samengesteld in Excel, gekopieerd naar een Word-template en per mail verstuurd. Fouten komen regelmatig voor: verkeerde prijzen, verouderde productnamen, ontbrekende BTW.
Met Retool bouwt een junior developer in twee weken een interne offerte-tool. De tool haalt actuele prijzen uit het ERP-systeem, genereert automatisch een PDF en slaat alles op in een centraal dashboard. Verkopers selecteren producten, passen hoeveelheden aan en klikken op “Verstuur.”
De doorlooptijd per offerte daalt van 25 minuten naar 5 minuten. Het foutpercentage daalt van 12% naar minder dan 1%. De terugverdientijd van het project: 6 weken. Lees meer over dit soort automatiseringen in ons artikel over workflow-automatisering.
Voorbeeld 4: Een zorginstelling strandt op complexiteit
Een thuiszorgorganisatie wil een planning- en registratiesysteem bouwen in Mendix. De eerste fase — een simpel rooster met beschikbaarheid — werkt goed. Maar bij fase twee (complexe routeplanning, CAO-regels, koppelingen met vier verschillende zorgsystemen) loopt het project vast.
De visuele workflows worden onbeheersbaar. Elke wijziging in de CAO-regels vereist aanpassingen in tientallen flows. Het team heeft uiteindelijk alsnog twee senior developers nodig die custom code schrijven binnen het Mendix-platform.
Het project kost uiteindelijk 85.000 euro, niet veel minder dan de 100.000 euro die een maatwerk-offerte had gekost. Met het verschil dat ze nu vast zitten aan het Mendix-platform.
De les: low-code is niet per definitie goedkoper. Bij complexe applicaties kan het even duur worden als maatwerk, met het nadeel van vendor lock-in erbij.
Low-code inzetten: waar begin je?
Stap 1: Identificeer een concreet probleem. Begin niet met “we gaan low-code gebruiken” maar met “we willen dit specifieke proces verbeteren.” Een goed eerste project is klein, afgebakend en heeft duidelijke succescriteria. Denk aan: een intern formulier digitaliseren, een rapportage automatiseren of een simpel klantportaal bouwen.
Stap 2: Kies het juiste platform. Werk je bedrijf al met Microsoft 365? Begin met Power Apps — het is inbegrepen in veel licenties en integreert naadloos met Excel, SharePoint en Teams. Wil je een klantgerichte webapplicatie? Kijk naar Bubble. Wil je interne tools bouwen die data uit meerdere bronnen combineren? Retool of Appsmith zijn sterke keuzes.
Stap 3: Bouw een prototype in twee weken. Niet plannen, maar doen. De kracht van low-code is dat je snel kunt testen of je aanpak werkt. Bouw een werkende versie van je idee en laat gebruikers ermee werken. Pas aan op basis van feedback. Herhaal.
Stap 4: Bepaal je grens. Stel vooraf vast: tot welk punt bouwen we in low-code, en wanneer schakelen we over naar maatwerk? Een goede vuistregel: als je meer dan 30% van je tijd besteedt aan workarounds voor beperkingen van het platform, is maatwerk waarschijnlijk de betere optie.
Stap 5: Documenteer wat je bouwt. Low-code maakt het makkelijk om snel dingen te bouwen, maar ook om een ongedocumenteerde puinhoop te creeren. Houd bij wat je app doet, hoe de workflows werken en welke koppelingen er zijn. Zodat iemand anders het kan overnemen als dat nodig is.
Veelgestelde vragen over low-code
Wat is het verschil tussen low-code en no-code?
Bij no-code bouw je uitsluitend met visuele componenten, zonder enige code. Bij low-code kun je waar nodig ook eigen code toevoegen. No-code is toegankelijker maar beperkter. Low-code biedt meer flexibiliteit maar vereist soms technische kennis. In de praktijk vervagen de grenzen: veel no-code platforms voegen steeds meer mogelijkheden toe om custom code in te voegen.
Heb ik een developer nodig voor low-code?
Voor simpele applicaties niet. Een niet-technische medewerker met logisch denkvermogen kan met platforms als Power Apps of Bubble werkende applicaties bouwen. Voor complexere toepassingen met custom code, API-koppelingen of geavanceerde logica heb je wel iemand nodig met technische achtergrond. Niet per se een senior developer, maar iemand die de basisprincipes van programmeren begrijpt.
Is low-code veilig?
De grote platforms (Microsoft, Mendix, OutSystems) investeren fors in beveiliging en voldoen aan standaarden als ISO 27001 en SOC 2. Ze zijn in dat opzicht vaak beter beveiligd dan zelfgebouwde maatwerksoftware. Let wel op: de beveiliging van je applicatie hangt ook af van hoe jij het bouwt. Een open API zonder authenticatie is in low-code net zo kwetsbaar als in maatwerk.
Wat kost low-code per maand?
De platformkosten varieren sterk. Microsoft Power Apps begint bij 18 euro per gebruiker per maand. Bubble heeft plannen vanaf 29 dollar per maand. Mendix biedt een gratis plan voor kleine applicaties, maar de zakelijke plannen beginnen bij enkele honderden euro’s per maand. Tel daar de tijd op van de persoon die de applicatie bouwt en onderhoudt. Een realistisch budget voor een MKB low-code project: 2.000 tot 10.000 euro voor de bouw, plus 50 tot 500 euro per maand aan platformkosten.
Kan ik mijn low-code app later migreren naar maatwerk?
Dat hangt af van het platform. Bij de meeste closed-source platforms (Mendix, OutSystems, Bubble) is migratie moeilijk tot onmogelijk. Je applicatie is gebouwd met de technologie van het platform en exporteren naar standaard code kan niet. Bij open-source platforms (Appsmith, n8n) heb je meer vrijheid. Dit is een van de belangrijkste overwegingen bij je platformkeuze.
Wanneer kies ik voor low-code en wanneer voor maatwerk?
Kies low-code als: het een interne tool betreft, de complexiteit overzichtelijk is, je snel wilt starten en het gebruikersaantal beperkt is (tot enkele honderden). Kies maatwerk als: de applicatie je kernproduct is, de complexiteit hoog is, je volledige controle wilt over de code, schaalbaarheid naar duizenden gebruikers nodig is of je geen vendor lock-in wilt.
Past low-code bij [AI](/kennisbank/glossary/wat-is-ai/)-toepassingen?
Ja, steeds beter. De meeste grote low-code platforms integreren AI-functionaliteit. Power Apps heeft Copilot voor het genereren van apps op basis van beschrijvingen. Bubble en Retool bieden koppelingen met OpenAI en andere AI-diensten. Je kunt bijvoorbeeld een chatbot bouwen die klantgegevens uit je CRM ophaalt, zonder een regel code te schrijven.
Kortom: Wat is low code is een vraag die steeds meer ondernemers stellen. Met de juiste kennis maak je betere beslissingen voor je bedrijf.
Conclusie
Low-code is geen wondermiddel, maar het is ook geen speelgoed. Het is een serieuze ontwikkelmethode die voor veel MKB-toepassingen sneller, goedkoper en praktischer is dan maatwerk. De valkuil is dat je er te veel van verwacht. Begin klein, kies het juiste platform voor jouw situatie en weet wanneer je de grens bereikt.
De beste aanpak die ik bij MKB-bedrijven zie: gebruik low-code voor interne tools en procesautomatisering, en investeer in maatwerk voor klantgerichte software die je concurrentiepositie bepaalt. Zo krijg je het beste van twee werelden.
Wil je ontdekken of low-code past bij jouw bedrijfsproces? Neem contact op met Red Factory voor een vrijblijvend gesprek.